3.2 De ontwerpen van Oxenaar

Ootje Oxenaar heeft een serie van negen verschillende bankbiljetten ontworpen.

 

 

Het ontwerp ‘Vondel’

Door o.a. de eis van de Nederlandse Bank dat het biljet een nationaal thema en een portret van een historisch figuur moest hebben, is het ontwerp van de 5 gulden van Oxenaar erg in het verlengde gekomen van de serie van Doeve. Een traditionele opmaak waarin niet veel vernieuwing zat.

Op de voorzijde van het biljet staat een portret van Joost van den Vondel (dichter en toneelschrijver, 1587 – 1679). Naast het portret is het biljet voorzien van een hoeveelheid patronen. Deze patronen zijn om de vervalsing moeilijker te maken, dit soort patronen zijn gebruikelijk bij bankbiljetten. Wat wel vernieuwend was aan dit ontwerp was de achterzijde. Op deze zijde staan verschillende elementen van een gebouw afgebeeld. Deze symbolische, gestileerd weergave van verschillende elementen van theater-architectuur is ontleend aan de gravure van Salomon Savery van de Nieuwe Amsterdamse Schouwburg aan de Keizersgracht (gesloopt in 1664). 7 Het was nooit echt gebruikelijk om op zo’n manier een object te laten zien.

Dat de Nederlandse bank erg tevreden was met het ontwerp blijkt wel uit het in 1966 gerapporteerde bericht “De ontwerper heeft het biljet in feite niet op de tekentafel maar in de drukkerij – met het echte drukmateriaal – opgebouwd.” 8 Oxenaar werd na deze opdracht gevraagd om de serie te maken genaamd ‘Erflaters 2’.

Voor deze serie was al bekend van welke personen een portret afgebeeld moest worden. De eenvoudige vlakverdeling en vlakvulling van de Vondel I moesten in ieder geval ook worden voortgezet in de nieuwe serie. Voor de serie Erflaters van 10, 25, 100 en 1000 stelde Oxenaar zelf twee fundamentele veranderingen voor:

1. het formaat neemt bij oplopende waarde toe, zowel in de breedte als in de hoogte.
2. er wordt gekozen voor heldere, enkelvoudige kleuren, in tegenstelling tot het bij de Vondel I nog door Enschedé aan de groenige grondkleur toegevoegde zwart. 9

 

Ontwerp serie Erflaters 2

De serie van bankbiljetten, die ‘Erflaters 2’ genoemd werd, is een duidelijke serie. Alle 5 verschillende biljetten zijn in dezelfde opmaak gedaan. De biljetten verschillen (naast het waardecijfer) van portret, van kleur, patronen en het formaat. De kleuren zijn vooral gebaseerd op voorgaande bankbiljetten. Wat wel opvallend is aan deze serie m.b.t. de kleur is dat het zo’n heldere kleur is. Oxenaar stelde dit zelf al als fundamentele verandering voor en dat is goed gelukt. Mede door het witte papier komt de kleur erg helder over. De witte kleur van het biljet was ook erg vernieuwend, hiervoor waren de bankbiljetten nooit helemaal wit. De waardecijfers in beide hoeken zijn direct te herkennen, wat natuurlijk essentieel is voor een bankbiljet. Opvallend is ook de lege ruimte, links op de voorkant en rechts op de achterkant. In deze lege ruimte is een watermerk geplaatst. Op de voorkant zijn over het portret twee gekleurde balken met een kleurverloop geplaatst. Elk biljet had een ander formaat, hoe hoger de waarde, hoe groter het biljet.

 

Ontwerp ‘Hals’

Het tientje is voorzien van een portret van Frans Hals. Frans Hals was een Haarlemse schilder uit de Gouden Eeuw en was gespecialiseerd in portretten. 10 Het portret gemaakt door Oxenaar is gebaseerd op een anonieme kopie naar Frans Hals’ verloren gegane zelfportret. Op de achterzijde van het biljet staat een abstract beeld waarin een plooikraag is gecombineerd met een verfwrijver. De plooikraag was iets wat in veel van Hals’ schilderijen werd afgebeeld.

 

Ontwerp ‘Sweelinck’

Het portret op het 25 guldenbiljet is een verbeelding van Jan Pieterszoon Sweelinck. Sweelinck was een Nederlands componist, organist, klavecinist, muziekpedagoog, muziekorganisator en ensembleleider. 11 Hij geldt als de belangrijkste Nederlandse componist van de Vroegmoderne Tijd, op de overgang van renaissance- naar barokmuziek. Het portret is gebaseerd op een gravure van Jan Muller gemaakte in 1624. Op de achterzijde van het biljet is een abstracte vorm geplaatst, deze vorm zou te herleiden zijn naar de kraag die Sweelinck draagt op het portret.

 

Ontwerp ‘de Ruyter

Het biljet van 100 gulden is gewijd aan Michiel Adriaansz de Ruyter. De Ruyter is een van de bekendste zeehelden in de Nederlandse geschiedenis. 12 De afbeelding is gebaseerd op een portret gemaakt door Karel Dujardin in 1669. De abstracte vorm op de achterzijde is voor mij niet direct te herleiden, waarschijnlijk zal het iets zijn uit de zeevaart. Wat wel opvallend is zijn de lijnen achter dit abstracte object. Deze golvende lijnen zie je niet vaak op bankbiljetten terug. Waarschijnlijk verwijzen ze naar de beweging van water. Wat ook opvallend is aan dit biljet is het stukje tekst op de achterzijde aan de linkerkant. In het midden van deze tekst staan cirkels en de tekstgrote verandert met deze cirkels mee.

 

Ontwerp ‘Spinoza’

Baruch Spinoza was een Nederlands filosoof en lenzenslijper. WIKI Het portret gemaakt door Oxenaar is gebaseerd op een portret van Spinoza uit ca. 1664, waarvan de maker onbekend is.

 

Ontwerp ‘Vondel II’

Om de serie compleet te maken werd besloten om ook het biljet van vijf gulden te vernieuwen. Het thema is hetzelfde gebleven als de voorgaande. Op de achterzijde is weer voor een visualisatie van de schouwburg gekozen. Dit keer is het nog gestileerder en zijn er maar een aantal elementen gebruikt. Het stukje tekst op de achterzijde is dit keer diagonaal geplaatst, wat goed aansluit op de patronen.

 

De serie met natuurmotieven

In 1970 werd besloten om een serie reserverbiljetten te gaan maken. Oxenaar krijgt de opdracht dit te realiseren. De maten, voorzieningen voor mechanische behandeling en de beveiliging moet overeenkomen met die van de Erflaters 2. Oxenaar zelf hoopt dat met de nieuwe serie een aantal interessante ontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden, die in de vorige reeks nog niet konden worden toegepast. Oxenaar was in die tijd in vaste dienst bij de Dienst Esthetische Vormgeving van de PTT. De biljetten moesten geen ‘noodkarakter’ hebben maar eventueel ook langere tijd bruikbaar zijn. Er wordt ook al gedacht om de serie niet als reservebiljetten te houden maar om als volgende serie in omloop te brengen. Bij deze serie wordt zowel vanuit Oxenaar als vanuit de bank het niet meer essentieel geacht dat het portret als iconografische element wordt gebruikt. Wel moesten ze een hoge mate van ‘perceptibiliteit’ hebben, dat wil zeggen dat afwijkingen in geval van namaak direct opvallen. De biljetten mogen duidelijk anders zijn dan de serie Erflaters 2.

Het bezwaar dat Oxenaar heeft tegen het gebruik van een portret op de nieuwe reeks is dat de uitgebeelde figuur in het gebruik ‘gekreukt’ wordt. Door het gebruik van bankbiljetten wordt kwaliteit steeds minder van zowel het biljet als ook de vormgeving ervan. Oxenaar stelt dat de man of vrouw, die op het portret weergegeven wordt, meer waardering krijgt voor het werk dat zij gemaakt hebben dan voor het portret. Ook stelt Oxenaar dat de portretten geen herkenningswaarde hebben. Volgens hem waren de gebruikers van het geld niet in staat te zeggen bij welk bedrag welk portret hoorde. Bij de biljetten de Snip, de Zonnebloem en de Vuurtoren was dat volgens hem wel duidelijk het geval.

In de nieuwe serie van met natuurmotieven wordt volgens Oxenaar de ‘perceptibiliteit’ vergroot door het gebruik van een hoofdkleur gecombineerd met een (geometrisch) hoofdmotief. De kleur moest dus passen bij het afgebeelde. Verder moesten de biljetten worden voorzien van verschillende natuurelementen.

Oxenaar stelt dat de ‘perceptibiliteit’ aanmerkelijk vergroot zou kunnen worden indien de hoofdkleur gecombineerd zou worden met een (geometrisch) hoofdmotief; deze motieven zouden in associatief verband moeten staan met de hoofdkleuren, en met naturalistische elementen kunnen worden aangevuld. 13

 

Ontwerpen de Snip, de Zonnebloem, de Vuurtoren

De ontwerpen zijn een combinatie geworden van strakke geometrische vormen met een ‘naturalistisch’ beeldelement in verfijnde handgravure uitgevoerd. Het thema is erg opvallend aan deze biljetten. Het kwam bijna nooit, in de gehele geschiedenis van de Nederlandse bankbiljetten, voor dat er geen menselijk portret werd afgebeeld. Wel vaker werden er visualisaties van bijvoorbeeld de zeevaart geplaatst maar dan vaak als achtergronddetail. De indeling van de biljetten is hetzelfde gebleven als die bij Erflaters 2. Weer in twee hoeken het waardecijfer, met daaronder een leeg vlak. Dit keer is het kader waarin alles afgebeeld staat aflopend gemaakt. In dit kader zit een kleurverloop.

 

Ontwerp ‘de Snip’

In 1974 is het ontwerp voor het biljet van 100 gulden klaar. Thema van dit biljet is de ‘snip’ geworden. Op deze achterzijde is over de vogel een afbeeldingen van een landschap geplaatst.

 

Ontwerp ‘de Zonnebloem’

Het ontwerp van ‘de Zonnebloem’ is in 1974 afgerond. De Nederlandse bank wilde het niet te verwarrend maken en wilde daarom graag de biljetten van 50 en 250 ook in een soortgelijk thema als ‘de Snip’. Weer is op de achterzijde een landschap afgebeeld met daarnaast de contouren van Nederland.

 

Ontwerp ‘de Vuurtoren’

In 1985 is het ontwerp voor ‘de Vuurtoren’ ook klaar. Opvallend is de strakke geometrische vorm van de vuurtoren, bij de vorige twee biljetten is dit duidelijk niet het geval. De vuurtoren staat horizontaal afgebeeld, ook dit is nieuw. Op de achterzijde is weer een afbeelding van een landschap geplaatst met daarbij de contouren van een deel van Nederland. Dit was het laatste biljet dat door Oxenaar ontworpen is. In een interview zei hij dat hij aan dit biljet het meeste plezier heeft beleefd. Hij had hier de volledige vrijheid en mocht hij alles zelf bepalen. 14

De ontwerpen van Oxenaar zorgde voor veel waardering. Het Nederlandse geld (voor de invoering van de euro) was in de hele wereld spraakmakend. Na de oorlog werd er steeds meer aandacht besteed aan het muntgeld en de bankbiljetten. 15 Dit komt wellicht doordat de overheid het geld steeds meer ging zien als een communicatiemiddel naar de burgers. Maar ook als land (geld is een nationaal product) zich te profileren als stabiel, welvarend en vooruitstrevend.

Volgende >

1. Inleiding

Geld is iets waar bijna iedereen in onze westerse samenleving mee… Lees meer »

2. Bankbiljetten

Geld heeft een lange en rijke geschiedenis. Het is iets wat Lees meer »

3.1 De guldenreeks van Oxenaar

Sinds 1814 is de Nederlandse Bank verantwoordelijk geweest Lees meer »

3.2 De ontwerpen van Oxenaar

Ootje Oxenaar heeft een serie van negen verschillende bankbiljetten Lees meer »

3.3 De guldenreeks van Drupsteen

Nadat de serie van Oxenaar in de roulatie was gebracht werd Oxenaar Lees meer »

3.4 De ontwerpen van Drupsteen

Centraal staat bij de serie van Drupsteen dat hij de technologie, Lees meer »

3.5 Filosofie over de gulden

De Duitse filosoof en socioloog Georg Simmel heeft een boek Lees meer »

3.6 Mediatheorie over de gulden

Er zijn veel theorieën over media maar, voor zover ik weet, Lees meer »

4. De euro

De Euro bestaat al sinds januari 1999. Tot 2002 was de euro nog Lees meer »

4.1 De euroreeks van Kalina

Voor het ontwerp van de euro werd een soort ontwerpwedstrijd Lees meer »