2. Bankbiljetten

Geld heeft een lange en rijke geschiedenis. Het is iets wat constant nieuwe vormen aanneemt en waarbij veel vormen naast elkaar lopen. Zoals nu hebben we niet alleen maar bankbiljetten maar ook munten, passen, iDeal etc. Dit zijn allemaal betaalmiddelen. Het zijn ruilmiddelen waarbij een bepaalde waarde wordt overgedragen of ontvangen. Nu staat die waarde vaak grotendeels op een rekening en hebben we nog een kleine hoeveelheid fysiek geld om betalingen mee te verrichten. Vroeger was dit natuurlijk heel anders. Voor 1300 werden betalingen alleen met fysiek geld gedaan, zoals gouden en zilveren munten. Pas vanaf ongeveer 1300 gingen particuliere bankiershuizen in Italië wissels gebruiken voor international handel. Tot ver in de twintigste eeuw werd dit betaalmiddel gebruikt. 3

Naast de wissels zijn er andere vormen van geld geweest, zoals assignaties, promesses, cheques en kassiersbriefjes, voordat we tot de bankbiljetten kwamen. Ook waren er nog muntbiljetten, coupons, zegels en zilverbons die werden gebruikt om betalingen te verrichten.

De reden dat we steeds meer met papiergeld gingen betalen was om verschillende redenen: het was makkelijker te vervoeren en daardoor veiliger. Maar ook wanneer muntvoorzieningen niet goed liepen werd er vaak gekozen om tijdelijk papiergeld te gebruiken.

Sinds de 17e eeuw hebben we in europa de bankbiljet zoals we die nu kennen. In 1661 was de Zweedse Stockholms Banco de eerste bankinstelling die bankbiljetten uitgaf. Pas in de loop van de 18e eeuw werden ook in de rest van Europa bankbiljetten gebruikt. In Nederland zijn er sinds 1814 door de Nederlandse Bank bankbiljetten uitgegeven.

De eerste bankbiljetten die werden uitgegeven, zijn niet de bankbiljetten zoals we die nu kennen. Het waren promessen, waarmee werd verklaard dat aan de ontvanger een bepaalde hoeveelheid munten zou worden betaald bij inlevering. De biljetten waren hoofdzakelijk bedoelt voor de handel en niet voor particulieren. De coupures waren dan ook van grote waarden: 1000, 500, 300, 200, 100, 80, 60, 40 en 25 gulden. In die tijd was 1000 gulden evenveel als nu zo’n 18.500 euro. Het grote verschil van het bankbiljet t.o.v. bijvoorbeeld wissels en kassierbriefjes was dat het niet op naam stond. Het kon dus zonder formaliteiten worden overgedragen. Ook hadden de biljetten een rond bedrag en een onbeperkte geldigheidsduur. Later werden er ook biljetten van lagere waarden uitgebracht, 5 en 10 gulden. Toch waren tot ver in de 19e eeuw veel weeklonen lager dan 10 gulden. Naarmate de lonen veranderden werd er ook steeds meer gebruik gemaakt van bankbiljetten.

Nu in 2011, betalen we nog steeds met bankbiljetten. Toch neemt het aantal bankbiljetten wel af. We gaan steeds meer betalen met andere betaalmiddelen, zoals de pinpas.

Verder >

1. Inleiding

Geld is iets waar bijna iedereen in onze westerse samenleving mee… Lees meer »

2. Bankbiljetten

Geld heeft een lange en rijke geschiedenis. Het is iets wat Lees meer »

3.1 De guldenreeks van Oxenaar

Sinds 1814 is de Nederlandse Bank verantwoordelijk geweest Lees meer »

3.2 De ontwerpen van Oxenaar

Ootje Oxenaar heeft een serie van negen verschillende bankbiljetten Lees meer »

3.3 De guldenreeks van Drupsteen

Nadat de serie van Oxenaar in de roulatie was gebracht werd Oxenaar Lees meer »

3.4 De ontwerpen van Drupsteen

Centraal staat bij de serie van Drupsteen dat hij de technologie, Lees meer »

3.5 Filosofie over de gulden

De Duitse filosoof en socioloog Georg Simmel heeft een boek Lees meer »

3.6 Mediatheorie over de gulden

Er zijn veel theorieën over media maar, voor zover ik weet, Lees meer »

4. De euro

De Euro bestaat al sinds januari 1999. Tot 2002 was de euro nog Lees meer »

4.1 De euroreeks van Kalina

Voor het ontwerp van de euro werd een soort ontwerpwedstrijd Lees meer »