3.4 De ontwerpen van Drupsteen

Centraal staat bij de serie van Drupsteen dat hij de technologie, die komt kijken bij het vervaardigen van bankbiljetten, tot uitdrukking laat komen op het biljet zelf. Dit zou passen bij de mediatheorie van Marshal Mcluhan ‘the medium is the message’, zie hiervoor hoofdstuk 3.6. Het was voor het eerst dat de bank niet een bepaalde iconografie voorschreef. Drupsteen zelf wilde dit ook niet gaan gebruiken zodat hij niet hoefde te concurreren met z’n voorgangers. Hij wilde dat het biljet in z’n geheel zou moeten communiceren en niet alleen het ‘plaatje’ erop. Drupsteen: “De hele serie heeft als onderwerp slechts de Veelheid. Het aantal blokjes op de voor en achterzijde van ieder bankbiljet is even veel als de waarde ervan in guldens. Het publiek kan al aan een klein deel van het oppervlak, aan struktuur en formaat van de blokjes, direkt de waarde van het bankbiljet herkennen.” 17

 

25 gulden

Het eerste biljet van Drupsteen, die van 25 gulden, werd uitgebracht in 1989. Het biljet telt 25 grote blokken. Achter de blokken is een lineaire vorm geplaatst die door de computer is gegeneerd. Verder zijn er nog veel meer abstracte vormen op aangebracht. Deze vormen zijn niet geheel willekeurig, Drupsteen heeft hiermee een antwoord willen geven op de technische eisen van een bankbiljet. Deze eisen worden vanuit de Nederlandse bank, samen met Drukkerij Enschedé, opgesteld. Oxenaar vertelde in een interview dat deze eisen in een document stonden opgesteld, dat even dik was als een telefoonboek. 18 Door de jaren heen zijn deze eisen steeds strenger geworden.

De complexiteit van het drukwerk zorgt ervoor dat het moeilijk te imiteren is. Zoals ook bij de andere biljetten van Drupsteen is op de voorkant het waardecijfer in het midden van het biljet geplaatst. Rechtsonder dit cijfer staat een leeg vlak waarin zich waarschijnlijk het watermerk bevindt. Dit watermerk is alleen goed te zien wanneer je het biljet voor het licht houdt.


 
 

100 gulden

In 1992 werd het tweede biljet gemaakt door Drupsteen uitgegeven, die van 100 gulden. Het streven was om de 100 gulden rustiger te laten worden dan die van de 25 gulden. Zowel de drukker als de ontwerper hadden nieuwe inzichten in de beveiligingstechniek en er was een nieuwe ontwerpcomputer beschikbaar. Op de voorzijde van het bankbiljet staan kristalachtige cirkels afgebeeld. De kleur van deze vormen zijn afhankelijk van de gezichtshoek grijs of goudkleurig oplichtend. Langs de zijkanten voelbare structuren aangebracht zodat het ook voor mensen die minder goed kunnen zien te herkennen is. Door combinatie van genuanceerde schakeringen van rood, paars, grijs en goud ontstaat de hoofdkleur bruin. Op dit biljet is voor het eerst foliedruk toegepast. Dit is een van de meest effectieve manieren tegen namaak door middel van fotokopieermachines. Foliedruk is een druktechniek waarmee op het papier inkt wordt geplaatst dat oplicht wanneer er een bepaalde hoeveelheid licht op schijnt. Het is dus direct te herkennen wanneer er een fotokopie van is gemaakt, aangezien hierbij veel licht komt kijken.


 
 

1000 gulden

Het biljet van 1000 gulden werd in 1996 uitgegeven. Dit biljet is de best beveiligde van de hele serie van Drupsteen. Het biljet bestaat, naast vele abstract vormen, uit duizend ruitvormige eenheden.


 
 

10 gulden

In 1997 werd het laatste guldenbiljet in de roulatie gebracht, die van 10 gulden. Wat vooral belangrijk was bij dit biljet was de levensduur. Er werd o.a. kunststofvezels en een betere coating toegepast. Drupsteen wilde graag een grijs bankbiljet maken, waarschijnlijk om vervuiling tegen te gaan. De directie van de Nederlandse Bank wilde lievere een ‘vrolijke uitstraling’. Het watermerk is een ijsvogel en het doorzichtregister vertoont een typische prooi van deze vogel, het stekelbaarsje. Arie van den Berg schreef het gedicht dat de vogel karakteriseert. Bij de eerste drie biljetten van Drupsteen was de compositie niet aflopend waardoor je een ‘eindig’ indruk kreeg. Maar bij het laatste biljet vult de compositie het hele biljet. Naast het lege vlak waarin het watermerk is geplaatst is er bijna geen wit in biljet te bekennen. Dit geeft direct een hele andere indruk dan de vorige biljetten.

Aangezien in deze tijd de euro er aan zat te komen is het niet meer gelukt de hele serie af te maken met de biljetten van 50 en 250 gulden. Voor deze waarde werden de biljetten van Oxenaar nog gebruikt totdat de euro werd ingevoerd.

Verder >

1. Inleiding

Geld is iets waar bijna iedereen in onze westerse samenleving mee… Lees meer »

2. Bankbiljetten

Geld heeft een lange en rijke geschiedenis. Het is iets wat Lees meer »

3.1 De guldenreeks van Oxenaar

Sinds 1814 is de Nederlandse Bank verantwoordelijk geweest Lees meer »

3.2 De ontwerpen van Oxenaar

Ootje Oxenaar heeft een serie van negen verschillende bankbiljetten Lees meer »

3.3 De guldenreeks van Drupsteen

Nadat de serie van Oxenaar in de roulatie was gebracht werd Oxenaar Lees meer »

3.4 De ontwerpen van Drupsteen

Centraal staat bij de serie van Drupsteen dat hij de technologie, Lees meer »

3.5 Filosofie over de gulden

De Duitse filosoof en socioloog Georg Simmel heeft een boek Lees meer »

3.6 Mediatheorie over de gulden

Er zijn veel theorieën over media maar, voor zover ik weet, Lees meer »

4. De euro

De Euro bestaat al sinds januari 1999. Tot 2002 was de euro nog Lees meer »

4.1 De euroreeks van Kalina

Voor het ontwerp van de euro werd een soort ontwerpwedstrijd Lees meer »